Je Router Instellen als Access Point Tegen Slecht Internet

Kort antwoord

Zet router B terug naar de fabrieksinstellingen, geef hem een vast IP-adres in het netwerk van router A maar buiten het DHCP-bereik (bijvoorbeeld 192.168.1.250 als router A 192.168.1.1 is) en zet de DHCP-server van router B uit. Verbind daarna een LAN-poort van router B met een LAN-poort van router A en geef de wifi van router B dezelfde naam en hetzelfde wachtwoord als router A. Heeft router B een kant-en-klare stand, zoals de Access Point-modus van TP-Link en ASUS of de IP-client-modus van een FRITZ!Box, dan regelt die het meeste voor je.

Met een tweede router als access point krijg je sterke wifi op een plek waar je hoofdrouter niet goed bij komt. Router B zendt dan wifi uit, maar het netwerk blijft van router A: alle apparaten krijgen hun adres van router A en zien elkaar gewoon.

In het kort:

  1. Reset router B naar de fabrieksinstellingen.
  2. Zoek het IP-adres van router A op, bijvoorbeeld 192.168.1.1.
  3. Geef router B een vast IP-adres in hetzelfde netwerk, maar buiten het DHCP-bereik van router A, bijvoorbeeld 192.168.1.250.
  4. Zet de DHCP-server van router B uit.
  5. Geef de wifi van router B dezelfde naam en hetzelfde wachtwoord als die van router A.
  6. Verbind een LAN-poort van router B met een LAN-poort van router A. Gebruik niet de WAN- of internetpoort.

Een computer heb je niet nodig: alle stappen lukken ook met een telefoon. Hieronder lees je per stap hoe het werkt.

Wat is een access point?

De meeste routers thuis doen drie dingen tegelijk: ze verbinden je huis met internet (modem), verdelen die verbinding over je apparaten (router) en zenden wifi uit (access point).

Een los access point doet alleen dat laatste. Het krijgt internet via een netwerkkabel van je router en zendt het als wifi uit op een andere plek in huis. Je apparaten blijven in hetzelfde netwerk: je printer, Chromecast of NAS is vanaf beide routers te bereiken.

Een tweede router kan precies dat werk doen als je de router-functies uitzet. Dat is wat je in dit artikel doet.

Wat heb je nodig?

  • Router A: de router of het modem dat je al gebruikt.
  • Router B: een tweede router, bijvoorbeeld een oude. Bijna elke router werkt, ook zonder speciale access point-functie, zolang je het IP-adres en de DHCP-server kunt aanpassen.
  • Een netwerkkabel van router A naar de plek van router B. Geen kabel mogelijk? Lees dan Geen kabel naar de plek van router B?
  • Een telefoon, tablet of computer met een browser.
  • De inloggegevens van router B. Die staan meestal op een sticker onder of achterop de router.

Twee routers op deze manier vormen geen mesh-netwerk. Ze werken los van elkaar: je telefoon beslist zelf wanneer hij naar de andere router overstapt, en dat gebeurt niet altijd op het beste moment. Bij een mesh-systeem regelen de apparaten dat samen. Wil je dat, kijk dan bij de beste mesh-routers.

Omdat je met twee routers werkt, noemen we ze router A (de router die je al gebruikt) en router B (de router die access point wordt).

Snelle route: de access point-modus

Veel routers hebben een stand die alle stappen hieronder in één keer doet. Kijk eerst of router B die heeft:

  • TP-Link: log in op tplinkwifi.net, ga naar Advanced (Geavanceerd) en open Operation Mode; bij sommige modellen staat die onder System. Kies Access Point. De router start opnieuw op.
  • ASUS: kies in de Quick Internet Setup of onder Administration > Operation Mode de stand Access Point (AP) mode.
  • FRITZ!Box: stel in dat de FRITZ!Box via LAN aan een bestaande router hangt. AVM noemt dit de IP-client-modus; je vindt het onder Thuisnetwerk > Netwerk > Netwerkinstellingen of, bij andere FRITZ!OS-versies, onder Internet > Toegangsgegevens.

In zo'n stand krijgt router B automatisch een IP-adres van router A, staat de DHCP-server uit en is de firewall van router B uitgeschakeld. Je hoeft alleen nog een LAN-poort van router B met router A te verbinden en de wifinaam en het wachtwoord in te stellen. Router B zoek je daarna terug in de lijst met apparaten van router A, of in de app van de fabrikant.

Heeft router B geen access point-modus? Dan volg je de stappen hieronder.

Stap 1: Zoek op wat het IP-adres van router A is

Het IP-adres van router A is het adres waarmee je in de instellingen komt. De meeste modems van providers gebruiken een vast standaardadres:

Provider of merk Standaardadres
Proximus (Internet Box, b-box) 192.168.1.1
Telenet 192.168.0.1
Ziggo 192.168.178.1
KPN (KPN Box, Experia Box) 192.168.2.254
FRITZ!Box 192.168.178.1

Het adres kan anders zijn als iemand het ooit heeft aangepast. Controleer het daarom even op een apparaat dat met router A verbonden is.

Op je telefoon

  • iPhone: ga naar Instellingen > Wifi en tik op de i naast je netwerk. Het adres staat bij Router.
  • Android: ga naar Instellingen > Wifi (of Netwerk en internet) en tik op het tandwiel naast je netwerk. Het adres staat bij Gateway of Router, soms onder Geavanceerd of IP-instellingen.

Voor Windows:

  • Typ 'cmd' of 'opdrachtprompt' in de zoekbalk en open de opdrachtprompt.
  • Typ 'ipconfig' en druk op Enter.
  • Zoek bij je wifi- of ethernetverbinding de regel 'Standaardgateway' (op een Engelstalige Windows: 'Default Gateway'). Het adres daarachter is het IP-adres van router A.
Het opdrachtprompt-scherm, waar het IP-adres is te achterhalen op Windows
Het IP-adres van de router staat achter Default Gateway (Standaardgateway)

Voor Mac:

  • Ga vanuit het Apple-menu naar 'Systeeminstellingen' (op macOS-versies van vóór Ventura: 'Systeemvoorkeuren').
  • Ga naar 'Wifi' (of 'Netwerk') en klik bij je netwerk op 'Details' (op oudere versies: 'Geavanceerd').
  • Onder TCP/IP staat bij 'Router' het IP-adres van router A.

In de voorbeelden hieronder gebruiken we 192.168.1.1 als adres van router A.

Stap 2: Kies een IP-adres buiten het DHCP-bereik

Router B moet een adres krijgen in hetzelfde netwerk als router A. Dat betekent: dezelfde eerste drie cijfergroepen, alleen het laatste getal (1 tot en met 254) verschilt. Bij router A op 192.168.1.1 wordt dat dus 192.168.1.iets.

Kies niet zomaar 192.168.1.2. Router A deelt via DHCP automatisch adressen uit aan je telefoon, laptop en tv, en grote kans dat .2 daar ook bij hoort. Krijgt een ander apparaat later hetzelfde adres, dan werken ze allebei niet goed.

Kijk daarom in de instellingen van router A, meestal onder LAN of DHCP, welk bereik hij uitdeelt, bijvoorbeeld 192.168.1.100 tot 192.168.1.199. Kies voor router B een adres daarbuiten. 192.168.1.250 is vaak een goede keuze. Deelt router A alles uit tot en met .254, maak het bereik dan kleiner, of reserveer in router A een vast adres voor router B.

Stap 3: Stel het nieuwe IP-adres en de wifi in

  1. Reset router B. Zet hem aan en houd het resetknopje (vaak in een gaatje) ongeveer 10 seconden ingedrukt, tot de lampjes knipperen. Zo begin je zonder oude instellingen. De precieze tijd staat in de handleiding.
  2. Sluit router B nog niet aan op router A. Maak verbinding met router B alleen: via zijn eigen wifi (naam en wachtwoord staan op de sticker) of met een netwerkkabel van je computer naar een LAN-poort.
  3. Log in. Typ het adres van router B in de adresbalk van je browser. Dat staat op de sticker, of je vindt het op dezelfde manier als in stap 1.
  4. Stel de wifi in. Geef het wifi-netwerk van router B dezelfde naam (SSID) en hetzelfde wachtwoord als router A, met dezelfde beveiliging (WPA2 of WPA3). Dan stappen je apparaten vanzelf over naar de router met het sterkste signaal. Wil je liever zelf kiezen, geef router B dan een eigen naam.
  5. Verander het IP-adres. Zoek de LAN-instellingen (soms heet dat 'Netwerk' of 'LAN IP Setup'). Vul het adres uit stap 2 in, bijvoorbeeld 192.168.1.250, met subnetmasker 255.255.255.0.
  6. Sla op. De router start opnieuw op. Daarna bereik je hem alleen nog op zijn nieuwe adres.

De plek waar de settings voor het IP-adres en de DHCP van een router te vinden zijn

Stap 4: Zet het DHCP-protocol van router B uit

DHCP (Dynamic Host Configuration Protocol) deelt automatisch IP-adressen uit aan apparaten. In één netwerk hoort maar één apparaat dat te doen: router A. Doet router B het ook, dan krijgen apparaten adressen uit twee bronnen en loopt het netwerk vast.

Log opnieuw in op router B, nu via het nieuwe adres (192.168.1.250). Lukt dat niet, geef je telefoon of computer dan even opnieuw verbinding met router B. Zet in de LAN-instellingen de DHCP-server uit en sla op. Zie je bij DHCP een keuze als in de afbeelding hierboven, kies dan 'Disable'.

Na deze stap kan het zijn dat je router B niet meer bereikt, omdat niemand je apparaat nog een adres geeft. Dat is normaal: zodra router B aan router A hangt, kun je hem weer bereiken op 192.168.1.250.

Stap 5: Verbind router B met router A

Verbind een LAN-poort van router B met een LAN-poort van router A. Laat de WAN- of internetpoort van router B leeg.

Zet router B op de plek waar je wifi tekortkomt, maar niet te ver: hij moet zelf geen signaal ontvangen, dat gaat via de kabel. Een plek halverwege de zwakke kamers werkt meestal het best.

Controleer of het werkt:

  • Maak met je telefoon verbinding met router B (ga er dicht bij staan) en open een website.
  • Kijk in de lijst met verbonden apparaten van router A: je telefoon hoort daar te staan, met een adres van router A.

Tip voor de 2,4 GHz-band: laat router A en B op verschillende kanalen zenden, bijvoorbeeld 1 en 6, of 6 en 11. Dat stel je in bij de wifi-instellingen. Op 5 GHz kiezen de meeste routers zelf een goed kanaal.

Geen kabel naar de plek van router B?

Een access point heeft een kabelverbinding met router A nodig. Daarvoor heb je drie opties:

  • Een lange netwerkkabel. Een Cat6-kabel van 20 meter, zoals deze ValeDelucs Cat6-kabel van 20 meter, haalt gigabitsnelheid en is de stabielste oplossing. Waar je op let, lees je bij de beste netwerkkabels.
  • Powerline-adapters. Die sturen het netwerk over het stroomnet: één adapter in het stopcontact bij router A, de andere bij router B, met een netwerkkabel naar een LAN-poort van router B. Voor router B is dat hetzelfde als een lange kabel. Een set met drie LAN-poorten aan de ontvangende kant is bijvoorbeeld de devolo Magic 2 LAN triple Starter Kit. Hoe snel powerline in jouw huis is, hangt af van de elektrische bedrading. Meer keuze vind je bij de beste powerline-adapters.
  • Een mesh-systeem. Kan er helemaal geen kabel liggen, dan is een mesh-router de makkelijkste oplossing: de units praten draadloos met elkaar. Wil je het met je oude router proberen, lees dan hoe je een router als repeater gebruikt. Een repeater kost wel snelheid, omdat hij over wifi ontvangt en weer uitzendt.

Werkt het niet?

  • Wel wifi van router B, maar geen internet: controleer of de kabel in een LAN-poort van router B zit en niet in de WAN-poort, en of de DHCP-server van router A aan staat.
  • Af en toe geen verbinding of 'IP-conflict': het adres van router B valt waarschijnlijk in het DHCP-bereik van router A. Kies een adres erbuiten (stap 2).
  • Apparaten krijgen een vreemd adres: de DHCP-server van router B staat nog aan (stap 4).
  • Router B is niet meer te bereiken: typ het nieuwe adres (192.168.1.250) in je browser, met een apparaat in het netwerk van router A. Lukt het helemaal niet meer, reset router B en begin opnieuw bij stap 3.

Conclusie

Een oude router als access point kost je alleen een netwerkkabel en een kwartier. Het belangrijkste: een vast adres buiten het DHCP-bereik van router A, DHCP uit op router B en de kabel van LAN naar LAN. Werkt je wifi daarna nog niet overal, dan kun je router B verplaatsen, zolang de kabel reikt.